Seropositieve patiënten zijn goede kandidaten voor lever- en niertransplantatie

Jij bent binnen Inwijding => Viral Load => Seropositieve patiënten zijn goede kandidaten voor lever- en niertransplantatie

Menselijk spijsverteringsstelsel lever rood gekleurdLever- en niertransplantaties kunnen gerechtvaardigd zijn voor zorgvuldig geselecteerde HIV-positieve patiënten, zeggen onderzoekers in de Verenigde Staten. Transplantatie verbeterde de overlevingskans van HIV-positieve patiënten met ernstige leverziekte. Een vergelijking met HIV-negatief wees uit dat bij patiënten die een levertransplantatie ondergingen, hiv-positieve patiënten meer kans hadden om orgaanafstoting of -verlies te ervaren, maar het verschil in risico voor beide resultaten was klein.

"De bescheiden verhoging van het risico in vergelijking met HIV-negatieve ontvangers patiënten als de absolute deel van degenen die stierven, in vergelijking met andere populaties transplantatie, de steun van een levertransplantatie kan een haalbare optie is zorgvuldig gekozen voor de ontvangers," comment de auteurs.

"Niertransplantatie voor HIV-positieve patiënten levert vergelijkbare resultaten op bij hiv-negatieve patiëntenhomologen tot ongeveer 5-jaren na transplantatie in alle controleanalyses."

Over 2% van de HIV-patiënten zal nierfalen en eindstadium van een leverziekte ontwikkelen en is in toenemende mate een belangrijke doodsoorzaak bij de met HIV geïnfecteerde populatie. Dit betekent dat een groeiend aantal HIV-positieve patiënten een nier- of levertransplantatie nodig zal hebben. Er is echter de vraag gesteld of patiënten met HIV goede kandidaten voor transplantatie zijn.

Onderzoekers uit San Francisco ontwikkelden daarom een ​​onderzoek om te bepalen of de overlevingsprognose van getransplanteerde patiënten verbeterd was in vergelijking met de uitkomsten onder hiv-positieve en transplantatie-negatieve patiënten in termen van orgaanverlies en overlijden. De studie onderzocht ook of andere factoren geassocieerd waren met orgaanafstoting en sterfte bij HIV-patiënten, infectiegraden en ziekenhuisopname en de impact van transplantatie op de sleutel tot HIV-markers, waaronder CD4-telling en virale load.

De populatie van HIV-positieve patiënten bestond uit 125-levertransplantaties en 150-niertransplantaties die transplantaties ondergingen tussen 2003 en 2010. Hun resultaten werden vergeleken met HIV-positieve patiënten die kandidaat waren voor lever (n = 148) of nier (n = 167) transplantatie-ontvangers die op hetzelfde moment zorg kregen maar geen nieuw orgaan ontvingen. Patiënten die een niertransplantatie kregen, hadden een CD4-celaantal boven 100-cellen / mm3 en niet-detecteerbare HIV-virusbelasting; Patiënten met getransplanteerde leverlevers hadden CD4-tellingen boven 200-cellen / mm3 en niet-detecteerbare virale lading of de mogelijkheid om virale controle na transplantatie tot stand te brengen.

Patiënten met getransplanteerde lever en nier werden gedurende een gemiddelde periode van respectievelijk 3,5- en 4,0-jaren in observatie gehouden. Kandidaten werden ongeveer een jaar gevolgd.

De transplantatie werd geassocieerd met een significant voordeel in termen van overleving (p <0,0001) voor patiënten met meer ernstige vormen van leverziekte (MELD score van ten minste vijftien), maar niet voor patiënten jonger dan minder ernstige leverziekte of ontvangers patiënten niertransplantatie.

Factoren geassocieerd met een verhoogd risico op mortaliteit levertransplantatiepatiënten dubbele transplantatie inbegrepen (gemiddeld risico 3,8, 95% betrouwbaarheidsinterval 1.6 8.8-, p = 0,002), lage BMI pre-transplantatie organen en BMI (FC 2,2, IC 95% 1,1 - 4,4, p = 0,03), leeftijd, leeftijd van de donor (RH 1.3 per decennium IC 95% 1,1 - 1,6, p = 0,01) en co-infectie met hepatitis C virus, (HR 2,1, 95% CI 1,0 - 4,6, p = 0,06). Dezelfde factoren waren geassocieerd met orgaanverlies.

Risicofactoren voor het verhoogde risico van sterfte onder de ontvangers individuen niertransplantatie opgenomen leeftijd op het moment van transplantatie (HR 1,07 per decennium 95% CI 1.1 - 1.26, p = 0,01) en therapie thymoglobulina de eerste week na transplantatie (HR 3,5, 95% CI 1,3 - 9,1, p = 0,01). Behandeling met dit medicijn was ook geassocieerd met orgaanafstoting (p = 0,048).

Twaalf het definiëren van opportunistische infecties van AIDS (sarcoom cutane Kaposi, slokdarm of bronchiale candidiasis en Pneumocystis pneumonie) werden waargenomen bij patiënten met een levertransplantatie en vier van die personen overleden en de oorzaken van de dood zou een systemische-multe orgaanfalen, ongeval zijn geweest cerebrale vasculaire ziekte en recidiverende hepatitis C.

Drie ontvangers van niertransplantatie hadden een recidief van met HIV geassocieerde nierziekte. Zijn CD4-telling op het moment van terugval varieerde tussen 0- en 770-cellen / mm3.

Ernstige HIV-gerelateerde infecties werden waargenomen in 55% van lever en nier 50% van de ontvangers. De helft trad op binnen de eerste zes maanden na de transplantatie. Voor zowel lever- als nierontvangers waren de meeste van deze bacteriële infecties (80% en 71%, respectievelijk). HCV-co-infectie was geassocieerd met een verhoogd risico op infecties voor beide groepen getransplanteerde patiënten.

Voor leverpatiënten waren er enkele aanwijzingen voor herstel na transplantatie bij CD4-celaantallen.

Gedurende drie jaar follow-up ondervond 20% van de patiënten met lever- en 16% nierpatiënten een toename van hun virale virusbelasting tot detecteerbare niveaus. De meesten echter herstelden later de virale controle.

Het risico op transplantaatverlies en overlijden werd vergeleken tussen patiënten met HIV- en HIV-negatieve patiënten. De onderzoekers voerden vier vergelijkingssets uit: ongeëvenaard demografisch gepaarde demografisch afgestemd op risicoscore en op risico afgestemd. HIV-negatieve patiënten werden geïdentificeerd in de nationale databases. De mediane follow-up was ongeveer vier jaar.

Voor ontvangers van ontvangers liet een op risico afgestemde en ongeëvenaarde analyse zien dat HIV-positieve patiënten significante toenames in marginaal risico op orgaanafstoting hadden (respectievelijk p = 0,07 en ep = 0,52). Alle modellen toonden aan dat HIV-positieve patiënten die ontvangers ontvingen een verhoogd risico hadden op transplantaatverlies in vergelijking met controles.

HIV was niet geassocieerd met een verhoogd risico op overlijden na niertransplantatie. Patiënten seropositief lever ontvangers een verhoogd risico op overlijden in de unieke (p = 0,01), demografisch afgestemd (p = 0,01) en demografisch paste de gecorrigeerde risico score (p = 0,01) modellen, maar niet het risico model gecombineerd. "Het absolute verschil in het aandeel van de sterfgevallen was 6,7% risico-matching controleanalyse," merken de onderzoekers.

"Deze analyses van nierondersteuning en levertransplantatie als een optie voor zorgvuldig geselecteerde mensen met een HIV-infectie, concluderen de auteurs.

Geplaatst door Michael Carter op: 11 februari 2016 in Overlevings- en uitkomstanalyse die geselecteerde HIV-positieve patiënten zijn goede kandidaten voor lever- en niertransplantatie. Vertaald door Cláudio Souza in 18 / 02 / 2016

Advertenties

Verwante publicaties

Reageer en socialiseer. Het leven is beter met vrienden!

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Ontdek hoe uw feedbackgegevens worden verwerkt.